Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2025

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:13.

Het hof overweegt dat op grond van voornoemd ‘Karman-arrest’ de niet-ontvankelijkheid slechts dan de passende sanctie is indien en voor zover er sprake is van een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke strafvervolging, welke inbreuk het wettelijk systeem in de kern raakt. Met het ‘wettelijk systeem’ wordt gedoeld op de grondslagen van het strafproces, met name de wettelijk voorziene verdeling van de bevoegdheden en verplichtingen tussen het Openbaar Ministerie en de rechter. Het hof overweegt in dit verband dat – indachtig het opportuniteitsbeginsel – het voorbehouden is aan de opsporingsinstanties om te beslissen over de inzet van een opsporingsmiddel. De rechter fungeert in dat verband slechts als grensbewaker. Op de strafrechter rust niet de taak en verantwoordelijkheid de rechtmatigheid en de integriteit van het optreden van politie en justitie als geheel te bewaken. De strafrechter is daartoe ook niet in staat (vlg. HR 1 december 2020, ECLI:NL:HR:2020:1889, r.o.v. 2.1.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bac0a26338b94c509f4dbac012c53f04c291ba69d9135af058eba10844fe6d59. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bac0a26338b94c509f4dbac012c53f04c291ba69d9135af058eba10844fe6d59, en de alinea staat in dat document op bytes 25611 tot 26640.