Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025

Onder 3.43 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:166.

De klacht onder d. is gericht tegen dezelfde passage van rov. 3.18 die hiervoor is geciteerd in 3.39. Het middel klaagt dat niet met het hof kan worden aangenomen dat de enkele omvang van de verdere schriftelijke communicatie vanuit [eiser] iets zegt over de hoeveelheid tijd die daar declarabel aan kan worden besteed, omdat uit de specificatie bij de factuur van 11 juni 2019 blijkt dat [verweerder 3] , na 24 minuten sparren in maart en het gedurende 5 uur en 54 minuten verrichten van aan de zaak gerelateerde (kantoor)werkzaamheden, relatief snel tot een oordeel over de waarde van die notities heeft kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4a22c062957718dbadb4d5ea50457adaa90dea4070754e46af30b50160ae04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4a22c062957718dbadb4d5ea50457adaa90dea4070754e46af30b50160ae04, en de alinea staat in dat document op bytes 59897 tot 60695.