Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025

Onder 4.20 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2025, ECLI:NL:PHR:2025:169.

De genoemde verwevenheid brengt mee dat de werknemer gemotiveerd dient te stellen dat zijn werkomstandigheden zodanig waren dat aannemelijk is dat de oorzaak van de burn-out daarin kan worden gevonden. In deze zaak heeft de werkneemster omtrent haar werkomstandigheden bij Samsung uitvoerig stellingen ingenomen. Het hof heeft, evenals de rechtbank, geoordeeld dat de door de werkneemster genoemde zes interacties met [betrokkene 2] niet kwalificeren als schadelijke werkomstandigheden voor de werkneemster (meer concreet: de incidenten kunnen niet worden beschouwd als intimidatie, vernederingen en pesterijen in objectieve zin), en dat hetzelfde geldt voor de wijze waarop Samsung met de klacht van de werkneemster en met haar arbeidsongeschiktheid is omgegaan. Herhaald zij dat de afzonderlijke oordelen, die nauw zijn verweven met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie inhoudelijk niet worden bestreden. Het hof heeft in r.o. 4.10 geconcludeerd (i) dat niet is komen vast te staan dat de werkneemster werkzaamheden heeft moeten verrichten onder omstandigheden die schadelijk waren voor haar gezondheid, en (ii) dat Samsung bij gebreke van dergelijke schadelijke werkomstandigheden haar zorgplicht dienaangaande ook niet heeft geschonden. In het licht van het voorgaande kan niet worden gezegd dat deze oordelen onjuist zijn. Het bestreden oordeel dat het aan de werkneemster is om feiten en omstandigheden te stellen, en zo nodig te bewijzen, waaruit volgt dat Samsung één of meer normen van art. 7:658 lid 1 BW heeft geschonden, moet niet op zichzelf worden gelezen, maar in nauwe samenhang met het direct aan dit oordeel voorafgaande oordeel dat het aan de werkneemster is om feiten en omstandigheden te stellen, en zo nodig te bewijzen, waaruit volgt dat zij heeft gewerkt onder voor de gezondheid schadelijke omstandigheden. Het woord “(dus)” duidt hier ook op. Ik merk tot slot op dat het hof in de laatste zin van r.o. 4.3 heeft geoordeeld dat art. 7:658 lid 2 BW verder meebrengt dat de werkgever niet aansprakelijk is indien hij aantoont dat hij genoemde zorgplicht – te doen wat redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt – is nagekomen. Het hof heeft aldus niet tot uitgangspunt genomen dat ter zake op de werkneemster de stelplicht en bewijslast rust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fcf8a3f8a202fdff6f74180810a3c8673ec74ede423b9b71608981fbb07f9de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fcf8a3f8a202fdff6f74180810a3c8673ec74ede423b9b71608981fbb07f9de, en de alinea staat in dat document op bytes 85980 tot 88458.