Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:357.

Het niet tijdig indienen van een bezwaar- of beroepschrift kan niet aan de indiener worden toegerekend als deze daarvan geen verwijt kan worden gemaakt. Dat is in elk geval zo als moet worden vastgesteld dat er een duidelijke verhindering voor de indiener was om tijdig bezwaar te maken of beroep in te stellen. Daarnaast biedt de term “redelijkerwijs” in artikel 6:11 van de Awb het bestuursorgaan en de bestuursrechter enige ruimte om ook in gevallen waarin sprake is van een slechts geringe verwijtbaarheid met betrekking tot de termijnoverschrijding, deze niet aan de indiener toe te rekenen. Of sprake is van een geringe verwijtbaarheid is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102, en de alinea staat in dat document op bytes 78381 tot 79097.