Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025
Onder 6.14 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:357.
“4.2.4 Voor zover het omstandigheden betreft die de belanghebbende persoonlijk betreffen, is er geen reden artikel 6:11 Awb te beperken tot de gevallen waarin de betrokkene feitelijk niet in staat is geweest het rechtsmiddel tijdig aan te wenden. Of artikel 6:11 Awb van toepassing is, zal per geval moeten worden beoordeeld, waarbij het erop aankomt of van deze belanghebbende onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid kon worden gevergd om tijdig beroep in te stellen. Aan de belanghebbende van wie in redelijkheid niet kan worden gevergd om dit zelf te doen, kan niet zonder meer worden tegengeworpen dat hij iemand anders had kunnen verzoeken hem hierin bij te staan of te vertegenwoordigen, of dat hij binnen de termijn had kunnen volstaan met het indienen van een beroepschrift waarin nog niet de gronden van het beroep zijn opgenomen (een zogenoemd pro-formaberoepschrift). Ook met betrekking tot zulke maatregelen komt het erop aan of zij van deze belanghebbende onder de gegeven omstandigheden in redelijkheid konden worden gevergd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102, en de alinea staat in dat document op bytes 80319 tot 81381.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102 | shasum -a 256