Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Onder 6.20 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:357.

Kort en goed: de rechter die over de verwijtbaarheid van de indiener niets kan vaststellen, zal bij toepassing van art. 6:11 Awb het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren, maar bij toepassing van art. 6:13 Awb het beroep inhoudelijk moeten behandelen. Dit werkt door naar de motiveringsplicht. De rechter die een beroep op art. 6:11 Awb wil honoreren, zal moeten motiveren welke feiten en omstandigheden leiden tot de conclusie dat de indiener redelijkerwijs geen verwijt treft. De rechter die met toepassing van art. 6:13 Awb een beroep niet-ontvankelijk wil verklaren, zal echter moeten motiveren op grond van welke feiten en omstandigheden de indiener redelijkerwijs wel een verwijt kan worden gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102, en de alinea staat in dat document op bytes 88385 tot 89108.