Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Onder 5.2 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2025, ECLI:NL:PHR:2025:357.

Er was ooit een tijd waarin de bronnen van inkomen van een gehuwde vrouw voor de heffing van inkomstenbelasting werden beschouwd als de bronnen van inkomen van ‘haren man’. Dit bleef zo tot 1973. Hieraan lag ten grondslag de toenmalige visie van de wetgever dat niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten dienden te worden beschouwd en belast “als een fiscale eenheid, vertegenwoordigd in de persoon van de man”. Vervolgens werd nog tot 1984 het (huiselijk omschreven) passieve inkomen van de gehuwde vrouw toegerekend aan haar man. Pas daarna werd die toerekening sekseneutraal geformuleerd, in die zin dat het passieve inkomen werd toegerekend aan de partner met het ‘hoogste persoonlijke arbeidsinkomen’. Het nu bestaande keuzeregime (neergelegd in art. 2.17 Wet IB 2001) werd in 2001 geïntroduceerd met de invoering van de Wet IB 2001.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0b310f5e504927cc1c3042a4b9093d648ba50588ccff5c0a4056cf8dd6c4102, en de alinea staat in dat document op bytes 29889 tot 31076.