Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025

Onder 9.8 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:418.

De Hoge Raad heeft zich in het Ennetcom-arrest, naast de toepasselijke bepalingen van het rechtshulpverdrag tussen Nederland en Canada, gebaseerd op art. 125i Sv op grond waarvan doorzoeking van een plaats ter vastlegging van gegevens zonder voorafgaande machtiging van de rechter-commissaris mogelijk is. Volgens de stellers van het middel is dit niet juist. Art. 5:1:3 Sv bepaalt dat een rechtshulpverzoek slechts aan de autoriteiten van een vreemde staat kan worden gericht indien is voldaan aan de vereisten die op grond van het wetboek gelden voor toepassing van de in het verzoek om rechtshulp gevraagde bevoegdheden in een nationaal onderzoek naar deze strafbare feiten, alsmede hetgeen van toepassing is bij of krachtens de Wet politiegegevens. Volgens hen is de juiste grondslag hiervoor niet art. 125i Sv, maar art. 125la Sv. Deze laatste bepaling heeft betrekking op doorzoeking ter kennisneming en vastlegging van gegevens bij een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerken of -diensten. Art. 125la Sv beperkt niet alleen de gegevens waarvan mag worden kennisgenomen en die mogen worden vastgelegd, maar eist ook een voorafgaande schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris. Aan die laatste voorwaarde is voorafgaande aan het rechtshulpverzoek aan Canada niet voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/072dfaf528b6991c4b8641fd63aee298b07a91a7be4cd37a15bd39a729d8a83b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 072dfaf528b6991c4b8641fd63aee298b07a91a7be4cd37a15bd39a729d8a83b, en de alinea staat in dat document op bytes 160449 tot 161760.