Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025

Onder 9.16 Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:418.

Hieruit blijkt dat, bij het ontbreken van een wettelijke regeling die is toegesneden op onderzoek aan in beslag genomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, in de bevoegdheid tot inbeslagneming van voorwerpen de bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen besloten ligt. De grondslag voor het verrichten van onderzoek door de rechter-commissaris is art. 104 lid 1 Sv, zowel wanneer de inbeslagneming door de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden als wanneer de voorwerpen door de opsporingsambtenaar in beslag zijn genomen. In het geval dat het onderzoek een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer gepaard gaat is er ook een expliciet bevel nodig van de rechter-commissaris waarin deze specificeert hoever het onderzoek strekt. Met een dergelijk bevel kan de proportionaliteit en subsidiariteit van de inzet van het onderzoek worden gewaarborgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/072dfaf528b6991c4b8641fd63aee298b07a91a7be4cd37a15bd39a729d8a83b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 072dfaf528b6991c4b8641fd63aee298b07a91a7be4cd37a15bd39a729d8a83b, en de alinea staat in dat document op bytes 170992 tot 171912.