Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:426.
Zoals uit het voorgaande volgt, is de wetgeving met betrekking tot de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de belasting- en premieschulden van de vennootschap in Nederland, Aruba en Curaçao duidelijk verschillend. De regeling in Curaçao komt deels overeen met die welke in Nederland tot de jaren ’80 van de vorige eeuw gold, vóór de invoering van de zogeheten anti-misbruikwetgeving. Het oude art. 32 Wet op de loonbelasting 1964, dat ook van toepassing was op de invordering van veel premies voor volksverzekeringen, bepaalde op dezelfde wijze als art. 21 Landsverordening op de Loonbelasting 1976 van Curaçao dat de bestuurder van de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk is voor de loonbelasting die de vennootschap moet afdragen. Art. 40 Wet op de omzetbelasting 1968 verklaarde die bepaling ook van overeenkomstige toepassing op de invordering van de naheffing van omzetbelasting. Art. 23 Wet op de Winstbelasting 1940 bepaalde dat de vereffenaars van een ontbonden rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de winstbelasting, behoudens voor zover zij aantonen dat de niet-voldoening daarvan niet aan hen te wijten is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca, en de alinea staat in dat document op bytes 57852 tot 59070.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca | shasum -a 256