Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.54 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:426.

De literatuur leek aan te nemen dat niet alleen de belastingschuldige, maar ook een aansprakelijkgestelde de mogelijkheid van verzet toekwam. Argument daarvoor zal ongetwijfeld zijn geweest dat art. 15 Invorderingswet oud niet bepaalt wie het recht van verzet toekomt en dus ruimte laat om aan te nemen dat dit recht ook toekomt aan de aansprakelijkgestelde aan wie verhaal is aangezegd. De bepaling kende volgens een uiteenzetting in een vroege, uit 1950 daterende druk van de Fiscale Encyclopedie De Vakstudie de mogelijkheid van verzet toe aan “degene, tegen wie het dwangbevel wordt tenuitvoergelegd en wiens vermogen met executie word bedreigd. Dit zal in de meeste gevallen degene zijn ten wiens name het aanslagbiljet staat, maar kan ook een ander zijn.” Uit een arrest van de civiele kamer van de Hoge Raad van 4 februari 1970 volgt dat ook de Hoge Raad deze uitleg volgde. In het arrest wordt beslist over verzet ex art. 15 Invorderingswet oud van een aansprakelijkgestelde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca, en de alinea staat in dat document op bytes 93022 tot 94150.