Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:426.
Uit de hiervoor gegeven antwoorden volgt dat, buiten het geval van de beslissing van de inspecteur op een beroep ex art. 16 lid 1 Landsverordening op de winstbelasting 1940, de bestuurder zich voor rechtsbescherming tegen de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de belasting- en premieschulden van de vennootschap moet wenden tot de burgerlijke rechter. Omdat de Ontvanger een beroep op die aansprakelijkheid doet in een dwangschrift dat een executoriale titel oplevert, komt die rechtsbescherming aan de orde in een executiegeschil ex art. 438 RvC (zie hiervoor in 3.58). Ook kan de bestuurder verzet op de voet van art. 4 Landsverordening dwanginvordering instellen tegen het dwangschrift (zie hiervoor in 4.2). Doordat de wet de verzetgronden beperkt, heeft de bestuurder bij verzet minder mogelijkheden tot verweer tegen de aansprakelijkstelling (zie hiervoor in 3.57).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca, en de alinea staat in dat document op bytes 126037 tot 126921.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca | shasum -a 256