Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.5 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:426.

Wat betreft de invordering van belastingen lijkt de civiele kamer van de Hoge Raad op een iets andere koers te zitten. In een zaak die ging over art. 8 Landsverordening dwanginvordering van Curaçao nam het hof aan dat bij de uitleg en toepassing van dit artikel op grond van het concordantiebeginsel moest worden aangesloten bij de uitleg en toepassing van (het Nederlandse equivalent in) art. 22 lid 3 Invorderingswet 1999 en de daarop betrekking hebbende rechtspraak. Dit uitgangspunt werd door de Hoge Raad met zoveel woorden juist bevonden. Van Suilen verklaart het verschil in lijn van beide kamers van de Hoge Raad door erop te wijzen dat de invordering van belastingen meer een privaatrechtelijke, dan een publiekrechtelijke (fiscale) aangelegenheid is en dat daarom het concordantiebeginsel daarop wél van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1a23796d430eccc231343fc20ac19a77470ae8243273bc61b724d9dd95b852ca, en de alinea staat in dat document op bytes 21406 tot 22377.