Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 6.14 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

Het eerste bezwaar is een praktische ongerijmdheid. De ontvanger is namelijk, ook als hij wegens het ontbreken van discretionaire ruimte verplicht zou zijn tot aansprakelijkstelling, vrij om af te zien van het treffen van (verdere) invorderingsmaatregelen jegens de aansprakelijkgestelde. Volgens het arrest van 2 november 2001 (6.5) was het de ontvanger immers toegestaan om uit doelmatigheidsoverwegingen (bijvoorbeeld omdat zij geen verhaal boden) af te zien van het dagvaarden van bepaalde aansprakelijke bestuurders. Voor de dagvaardingsprocedure is de bezwaarprocedure in de plaats gekomen (6.7). Vertaald naar de huidige rechtsgang betekent het arrest van 2 november 2001 dat de ontvanger – ook al zou hij verplicht zijn tot aansprakelijkstelling – wel vrij is een bezwaar te honoreren om doelmatigheidsredenen (bijvoorbeeld omdat de aansprakelijkgestelde bestuurder geen verhaal biedt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 53844 tot 54756.