Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 6.17 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

Naar mijn overtuiging kan art. 49 IW 1990, ondanks het feit dat in de tekst ervan het woord ‘kan’ niet voorkomt, niet anders worden gezien dan als een bepaling die een discretionaire bevoegdheid schept. Een andere opvatting leidt tot het niet met het (open) systeem van de wet te rijmen resultaat dat de ontvanger zodra de betalingstermijn voor een belastingaanslag verstreken is, verplicht is tot aansprakelijkstelling van alle uit de 30 aansprakelijkheidsbepalingen in de IW 1990 aan te spreken personen of lichamen. Plus nog degenen die op grond van het burgerlijk recht aansprakelijk zijn. Dit zou impliceren dat de ontvanger in strijd handelt met zijn rechtsplicht, en dus onrechtmatig, als hij ook maar één van de aansprakelijken niet onmiddellijk aansprakelijk stelt. Degene die schade lijdt doordat de ontvanger in strijd met zijn rechtsplicht heeft verzuimd een ander aansprakelijk te stellen, zou dan die schade op de ontvanger kunnen verhalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 56365 tot 57339.