Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 7.11 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

“In het antwoord van het HvJ op de eerste vraag is te lezen ‘mits dit bewijs volgens de regeling in kwestie niet slechts in geval van overmacht kan worden geleverd maar de bestuurder alle omstandigheden mag aanvoeren om aan te tonen dat de niet-nakoming van die meldingsplicht niet aan hem is te wijten’. Zegt het HvJ hier niet dat alle feiten en omstandigheden naar voren mogen worden gebracht om aannemelijk te maken dat er geen verwijt kan worden gemaakt? Naar mijn mening biedt deze passage voldoende ruimte om de jurisprudentie over verwijtbaarheid bij niet melden anders in te vullen. Ik kan mij namelijk voorstellen dat voor die verwijtbaarheid relevant is dat vastgesteld is dat iemand niet kennelijk onbehoorlijk heeft gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 90500 tot 91257.