Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 7.18 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.
Ik kom daarom tot de tussenconclusie dat de in de literatuur gesignaleerde drie lichtpuntjes niet naar een verlichting van de positie voor de bestuurder kunnen leiden. Het was al zo dat in theorie alle omstandigheden mogen worden aangevoerd om de niet verwijtbaarheid van het meldingsverzuim aannemelijk te maken. Alleen zal het in de praktijk vermoedelijk erop neerkomen dat slechts een beroep op overmacht of op een deskundigenadvies soelaas kan bieden (7.14). De zwaarte van de bewijslast is onveranderd; de bestuurder moet aannemelijk maken dat het meldingsverzuim niet aan hem te wijten is (7.16). Ten slotte kan ook de stelling dat de bestuurder behoorlijk heeft bestuurd hem nog altijd niet baten (7.17). Maar misschien zijn er nog twee andere lichtpuntjes voor de goedwillende bestuurder die de betalingsonmacht niet heeft gemeld. Ten eerste behandel ik de lichtere mate van verwijtbaarheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 98162 tot 99075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211 | shasum -a 256