Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 1.3 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

In hoofdstuk 6 van deze conclusie werk ik uit waarom ik meen dat de Hoge Raad zou moeten terugkomen van zijn oordeel dat de ontvanger geen discretionaire bevoegdheid heeft om af te zien van aansprakelijkstelling als niet is voldaan aan de meldingsplicht. Dat oordeel volgt niet uit het arrest van 2 november 2001 (6.5 - 6.16). Verder verdraagt dat oordeel zich niet met het systeem van de wet (6.17 - 6.19), de rechtspraak (6.20 - 6.25), de uit de wetsgeschiedenis van diverse aansprakelijkheidsbepalingen blijkende bedoeling van de wetgever (6.26) en het met dit alles overeenstemmende beleid (6.27). Ik wil de Hoge Raad daarom in overweging geven uit te spreken dat de in art. 49 IW 1990 neergelegde bevoegdheid tot aansprakelijkstelling een discretionaire bevoegdheid is. De ontvanger moet de ruimte hebben om eerst verdere invorderingsmaatregelen te nemen jegens de belastingschuldige en vervolgens te kiezen of, en zo ja, jegens welke aansprakelijke hij invorderingsmaatregelen zal nemen (6.28).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 7320 tot 8333.