Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 7.33 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

Na de prejudiciële beslissing van het HvJ EU in deze zaak, staat vast dat de regeling van art. 36(4) IW 1990 de Europese evenredigheidstoets doorstaat (hoofdstuk 4). In dit hoofdstuk heb ik om tegemoet te komen van de door velen gesignaleerde hardheid van de regeling naar lichtpuntjes gezocht die de hardheid van de regeling in de praktijk enigszins zouden kunnen mitigeren. Ik ben het eens met de auteurs die schrijven dat ook andere omstandigheden dan overmacht of een deskundigenadvies kunnen leiden tot het oordeel dat het niet melden niet aan de bestuurder is te wijten. Maar ik vrees dat dergelijke andere omstandigheden in de praktijk niet of nauwelijks te vinden zullen zijn (7.14). Ik ben het niet eens met de auteurs die schrijven dat het HvJ EU uitgaat van een lichtere bewijslast dan de Hoge Raad heeft aangenomen. De bewijsmaatstaf was ‘aannemelijk maken’ en dat blijft zo (7.16). Ook zie ik geen heil in de gedachte dat een bestuurder die behoorlijk heeft bestuurd, niet kan worden verweten dat er niet is gemeld (7.17). Wel denk ik dat in navolging van de recente rechtspraak over art. 6:11 Awb ruimte is om de disculpatiegrond van art. 36(4)(2e volzin) IW 1990 ook toe te passen bij een geringe mate van verwijtbaarheid (7.26). En ten slotte meen ik dat al te harde toepassing van art. 36(4) IW 1990 door de rechter kan worden gecorrigeerd met behulp van het toetsingskader uit de Harderwijkuitspraak van de ABRvS (7.32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 114224 tot 115681.