Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 8.6 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.
De Hoge Raad heeft er blijk van gegeven het middel ruimhartig te willen lezen . Bij zo’n ruimhartige lezing zou in het middel ook een rechtsklacht kunnen worden gelezen tegen het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem niets te verwijten valt in verband met het uitblijven van de melding (overweging 5.5 van de uitspraak van het Hof). Naar mijn mening is er ruimte en aanleiding om de verwijtbaarheidstoets van art. 36(4) IW 1990 minder streng toe te passen dan het Hof heeft gedaan door het gebruik van het woord ‘niets’. Aansluitend bij de rechtspraak van het CBb over art. 6:11 Awb zou ook bij een gering verwijt gezegd kunnen worden dat het niet aan de bestuurder is te wijten dat de melding niet is gedaan. Het gaat er dan niet om of de bestuurder ‘niets’ te verwijten valt, maar of de bestuurder een ‘meer dan gering’ verwijt treft (7.19 - 7.26). Als de Hoge Raad hierbij aansluit zou alsnog geoordeeld kunnen worden dat het middel in zoverre terecht is voorgesteld. Ik denk echter niet dat dit tot cassatie kan leiden, omdat uit hetgeen blijkens de uitspraak van het Hof vaststaat bezwaarlijk kan worden geconcludeerd dat belanghebbende slechts een gering verwijt treft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 118097 tot 119402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211 | shasum -a 256