Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 6.1 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

Ik begin mijn bespreking van deze zaak met een kritische beschouwing van overweging 5.4 van de tussenbeslissing. In die overweging heeft de Hoge Raad geoordeeld dat art. 36 IW 1990 dwingend is geformuleerd, dat de ontvanger geen discretionaire bevoegdheid heeft om af te zien van aansprakelijkstelling indien het lichaam niet of niet tijdig heeft voldaan aan de meldingsplicht en dat het de ontvanger dus niet vrijstaat bij de toepassing van art. 36 IW 1990 belangen af te wegen. In dit hoofdstuk van deze conclusie zal ik de Hoge Raad ervan proberen te overtuigen dat hij moet terugkomen van dit oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 30096 tot 30714.