Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 6.3 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.
“8. Deze zinsneden kloppen volgens mij helaas niet. Blijkbaar meent de Hoge Raad – zulks ten onrechte – dat een ontvanger verplicht is een bestuurder in geval van te late melding, al is het maar één dag te laat, maximaal aansprakelijk te stellen. De ontvanger heeft echter een grote vrijheid bij het kiezen van de wijze waarop de belastingschuld wordt ingevorderd. Dat begint er al bij dat de ontvanger mag kiezen of de invordering bij de belastingschuldige plaatsvindt (als er ook na betekening van het dwangbevel niet betaald is) via een beslag op een onroerende zaak, een beslag op een bankrekening (al dan niet via een vordering ex art. 19 Invorderingswet 1990), een beslag of vordering ex art. 19 Invorderingswet 1990 onder de werkgever op het loon, een beslag op roerende zaken, enz. Daarbij is het uiteraard wel de bedoeling dat de invordering geschiedt op de wijze waarvan de belastingschuldige het minste last ondervindt. Als de belastingschuldige uiteindelijk in gebreke blijft met betalen en het er ook naar uitziet dat verhaal op de belastingschuldige geen succes zal hebben, kan de ontvanger derden aansprakelijk stellen. Ook dan geldt dat de ontvanger geenszins een verplichting heeft om derden aansprakelijk te stellen; ook dat betreft een discretionaire bevoegdheid. In sommige situaties kan voor dezelfde belastingschuld een aantal derden tegelijk aansprakelijk worden gesteld en ook nog eens op basis van verschillende fiscale aansprakelijkheidsbepalingen. Voorbeeld: een samenloop voor dezelfde omzetbelastingschuld tussen een aansprakelijkstelling ex art. 34 (inlener van arbeidskrachten), 36 (bestuurder) en 43 Invorderingswet 1990 (alle onderdelen fiscale eenheid omzetbelasting) is denkbaar. Ook dan is sprake van een discretionaire bevoegdheid en kan de ontvanger bezien wie er aansprakelijk wordt gesteld. De Leidraad Invordering biedt daarbij soms doch niet altijd beleidsmatige uitgangspunten bij de te maken keuzes. Bij de bestuurdersaansprakelijkheid speelt bijvoorbeeld art. 36.1 Leidraad Invordering een rol, waaruit blijkt dat de ontvanger een discretionaire bevoegdheid heeft om af te zien van aansprakelijkstelling op grond van de bestuurdersaansprakelijkheidsregeling in de Invorderingswet 1990, indien uit het onderling overleg met de curator volgt dat de curator op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid in art. 2:248 BW aansprakelijk stelt. En verder kan de ontvanger (bijvoorbeeld) afzien van een aansprakelijkstelling indien verhaal moeilijk is, bijvoorbeeld omdat de potentieel aansprakelijke zich buiten Nederland bevindt en in Nederland geen bezittingen heeft; ook dan is sprake van de uitoefening van een discretionaire bevoegdheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 32582 tot 35283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211 | shasum -a 256