Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 6.11 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:435.

In de literatuur is wel verdedigd dat in eerste instantie de personen moeten worden aangesproken aan wie het meeste verweten kan worden dat de belastingschuld niet is voldaan. In de rechtspraak heeft deze opvatting echter (nog) geen weerklank gevonden. Zo zijn soms zowel een aannemer (art. 35 Inv. 1990) als de bestuurder(s) van de onderaannemer (art. 36 Inv. 1990) aansprakelijk voor de belastingschulden van een lichaam. Art. 56, eerste lid, Inv. 1990 gaat er vanuit dat de aansprakelijke bestuurders degenen zijn die de belastingschuld uiteindelijk moeten dragen; het ligt voor de hand dat aan hen in de eerste plaats een verwijt valt te maken. Dat neemt echter niet weg dat zowel de aannemer als de bestuurder(s) van de onderaannemer volgens de wettelijke regeling hoofdelijk aansprakelijk zijn, dat wil zeggen dat iedere schuldenaar aansprakelijk is voor het gehele verschuldigde bedrag. De HR is van oordeel dat het bestuursorgaan ook in deze situaties in beginsel de vrijheid heeft om te kiezen wie van hen het aansprakelijk stelt. En uiteraard geldt ook hier dat de keuze niet willekeurig mag zijn. Voor de inleners- en ketenaansprakelijkheid is beleidsmatig wel een voorrangsregeling voorgeschreven, waardoor als regel de meest betrokken persoon (de dichtstbijzijnde schakel) als eerste moet worden aangesproken, mits deze in staat is de schuld te betalen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3c924feebae36cc7136a5e66d44f6fef886ce74b2bb1de1b9160e70d1f07c211, en de alinea staat in dat document op bytes 48545 tot 49988.