Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.

Art. 2:349a lid 2 BW bepaalt, onder meer en kort gezegd, dat de OK in elke stand van het geding op verzoek van een daartoe bevoegde partij een onmiddellijke voorziening kan treffen voor ten hoogste de duur van het geding, indien dit - gelet op de belangen van de rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken - vereist is in verband met de toestand van de rechtspersoon of in het belang van het onderzoek. (Art. 2:349a lid 3 BW ziet op het geval waarin er door de OK nog geen onderzoek is gelast.) Ook hier geldt dat de OK het verzoek met de meeste spoed behandelt (art. 2:349a lid 1 BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 53613 tot 54393.