Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.

Kortom: in de beschikking beoogde de OK slechts, specifiek in het kader van die twee vragen waarvoor zij zich gesteld zag en zich bewust van haar hoedanigheid in de onderhavige enquêteprocedure (geen executierechter, wel dwangsomrechter), te toetsen of aannemelijk is dat gehandeld is in strijd met bevelen in de beschikking van 18 maart 2020, en dus of aannemelijk is dat dwangsommen zijn verbeurd, door [verweerder] Daartoe volstond de OK met het vervolgens beoordelen van een aantal handelingen van of namens [verweerder] , zij beoordeelde dus niet alle door Dekker/ [eiseres] als een overtreding aangemerkte handelingen van of namens [verweerder] Aldus stond het de OK in de beschikking níet voor ogen een definitief oordeel te geven over de vraag of dwangsommen zijn verbeurd door [verweerder] wegens schending van bevelen in de beschikking van 18 maart 2020 (dus: een verdergaand oordeel dan wat zij ter zake, in het in de beschikking voorliggende kader, aannemelijk achtte), en een dergelijk oordeel ten grondslag te leggen aan de beslissing in het dictum van de beschikking. Zie ook het citaat van Broere onder 3.13 hiervoor. Dit ziet het hof dus goed in rov. 4.3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 70736 tot 71923.