Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.

“De Ondernemingskamer stelt voorop dat niet de Ondernemingskamer maar de gewone civiele rechter - absoluut - bevoegd is de (rechts)vraag wie heeft te gelden als aandeelhouder van een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid indien daarover geschil bestaat rechtens bindend te beslissen, nu immers een zodanige beslissing op zichzelf van puur vermogensrechtelijke aard is. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat indien in het kader van - bijvoorbeeld - een enquêteprocedure tussen partijen in geschil is of een partij - bijvoorbeeld als verzoeker of als belanghebbende - aandeelhouder is, de Ondernemingskamer in het geval dat dienaangaande een beslissing van de bevoegde rechter niet voorhanden is, zich over die (rechts)vraag een oordeel dient te vormen, welk oordeel alsdan in die procedure verder als uitgangspunt heeft te gelden. Daarmee is echter niet een bindende, voor kracht van gewijsde vatbare beslissing over die (rechts)vraag gegeven die ook in andere gedingen rechtskracht heeft jegens de bij die procedure betrokken partijen en haar rechtsopvolgers onder algemene of bijzondere titel, een en ander zoals bedoeld in artikel 236 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 72671 tot 73929.