Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.

Die vaststelling moet uiteraard weer worden bezien in het licht van rov. 3.1-3.21 van de beschikking, waarover onder 3.28-3.30 hiervoor. Daaruit volgt dat de OK nergens in de beschikking definitief oordeelde dat dwangsommen zijn verbeurd door [verweerder] (dus: een verdergaand oordeel dan wat zij ter zake, in het in de beschikking voorliggende kader, aannemelijk achtte). In rov. 3.23-3.24 aldaar heeft de OK zich nog gebogen over wat het in rov. 1.8 onder c aldaar duidde als het “zelfstandig tegenverzoek” van [verweerder] , welk verzoek de OK heeft afgewezen op de in rov. 3.23-3.24 aldaar uiteengezette gronden. Het sluitstuk vormde de vaststelling in rov. 3.25 van de beschikking dat de OK [verweerder] als de overwegend in het ongelijk gestelde partij, hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van het geding. Dit een en ander mondde uit in het dictum van de beschikking, zoals deels geciteerd onder 1.12 hiervoor. Dit alles ziet het hof dus ook goed in rov. 4.3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 82186 tot 83237.