Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Onder 3.54 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.

- Vervolgens stelt alinea 3 dat door het verweer van [verweerder] en zijn daarop voortbouwende tegenverzoek om vast te stellen dat hij geen dwangsommen heeft verbeurd, [verweerder] de OK heeft genoodzaakt te beoordelen of hij dwangsommen heeft verbeurd. Dit veronderstelt kennelijk een daartoe strekkend zelfstandig tegenverzoek van [verweerder] , maar het hof oordeelt dus in andere zin, daarbij de beschikking op niet onbegrijpelijke wijze uitleggend. Zie onder 3.44 hiervoor. Daarna gaat alinea 3 uit van “[h]et voorbehoudloze, gemotiveerd bevestigende antwoord van de OK ten aanzien van acht dwangsommen”. Voor zover daarmee wordt gedoeld op een definitief oordeel van de OK (dus: een verdergaand oordeel dan wat zij ter zake, in het in de beschikking voorliggende kader, aannemelijk achtte), mist dit feitelijke grondslag in de beschikking, zoals het hof ook en niet onbegrijpelijk onderkent in rov. 4.3. Zie onder 3.45 hiervoor. Dit laatste geldt dus ook voor zover alinea 3 met eerstgenoemde stellingname zo’n definitief oordeel van de OK veronderstelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 100792 tot 101871.