Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 3.56 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.
- Daar komt bij dat de in alinea 4 gemaakte vergelijking tussen het kort geding en de enquêteprocedure eraan voorbijziet dat het hof in de onder 3.26 sub b hiervoor bedoelde toelichting niet redeneert vanuit “de enquêteprocedure”, dus in den brede, zoals alinea 4 kennelijk wel doet, maar iets anders tot uitdrukking brengt. Namelijk dat de OK in de beschikking op de voet van art. 2:349a (lid 2) BW een onmiddellijke voorziening heeft getroffen, en dat beslissingen van de OK in dat verband, evenals bijvoorbeeld beslissingen van de voorzieningenrechter in kort geding, naar de aard geen gezag van gewijsde hebben. En als gezegd: de beschikking staat integraal in de sleutel van art. 2:349a lid 2 BW, wat het hof onderkent in voornoemde toelichting. Ik zette ook al uiteen - zie mede onder 3.34-3.35 hiervoor - dat deze toelichting m.i. goede papieren heeft. Wat alinea 4 aanvoert, noopt, gezien ook 3.8-3.10 en 3.14-3.25 hiervoor, bepaald niet tot een ander oordeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 104444 tot 105431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f | shasum -a 256