Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Onder 3.66 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2025, ECLI:NL:PHR:2025:436.
Onderdeel 13 veronderstelt dat “[u]it al het voorgaande volgt” (in de procesinleiding dus) dat het hof in het arrest het gezag van gewijsde van de beschikking had moeten respecteren. Vanwege dat gezag van gewijsde, zo vervolgt het onderdeel, heeft het hof in een reeks van rechtsoverwegingen, gerangschikt onder (i) t/m (xi), het gezag van gewijsde “in concreto” miskend. Het gaat om rov. 4.4, 4.6, 4.11, 4.13, 4.17, 4.19-4.20, 4.23-4.24, 4.29 en 4.31. Met die miskenning in deze reeks aan rechtsoverwegingen heeft het hof met betrekking tot dwangsommen (iii), (v), (vi) en (vii) ten onrechte anders beslist dan de OK, en met betrekking tot dwangsom (x) ten onrechte niet voortgebouwd op de eindbeslissing dat aannemelijk is dat [verweerder] een dwangsom heeft verbeurd. Het hof had niet anders kunnen oordelen dan dat [verweerder] (ook) deze dwangsommen heeft verbeurd, aldus nog steeds het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f, en de alinea staat in dat document op bytes 116250 tot 117216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcd80b0962ab8d9f8ebe70cbea83e644d604e5850f1389639e59d47d3ef5748f | shasum -a 256