Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Onder 4.34 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.

Ik ben er niet van overtuigd dat het recht op (proces)vertegenwoordiging (zie art. 2:1 Awb en art. 8:24 Awb) een recht is van degene die als vertegenwoordiger optreedt. Het is een recht dat toekomt aan de belanghebbende. Hooguit zou men uit de omstandigheid dat vertegenwoordiging in het bestuursprocesrecht niet is voorbehouden aan advocaten kunnen afleiden dat een ieder de bevoegdheid heeft belanghebbenden te vertegenwoordigen in het bestuursrecht, en dat misbruik van dit recht wordt gemaakt door degene die opzettelijk een valse machtiging overlegt. Mij spreekt deze gedachte echter niet aan, omdat de art. 2:1 en 8:24 Awb kennelijk niet strekken tot bescherming van de belangen van procesvertegenwoordigers, maar van die van belanghebbenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 47249 tot 48010.