Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Onder 4.39 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.
Art. 3:13 BW, waarin het leerstuk van misbruik van bevoegdheid is neergelegd, leent zich ook voor toepassing bij misbruik van bestuursprocesrecht (4.26 en 4.30). Voor die toepassing is wel nodig dat de misbruiker een hem toekomend recht misbruikt (art. 3:13(1) BW) (4.25). De adviseur die een valse machtiging overgelegd heeft, en na ontdekking van zijn bedrog een beroep doet op het verzuimherstelrecht, neergelegd in art. 6:6 Awb, maakt misbruik van dit recht (4.35). Dankzij dat recht zou zijn bedrog immers een spel zonder nieten worden. Bij ontmaskering kan hij dan altijd nog een nieuwe machtiging laten opstellen. Wanneer het indienen van een valse machtiging niet zou kunnen worden gezien als misbruik van procesrecht, kan het ook worden aangemerkt als een handelen in strijd met de goede procesorde. Door dit handelen kan de betrokkene zijn recht verwerken (4.36-4.38).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 52822 tot 53732.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b | shasum -a 256