Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Onder 6.9 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.

Uit overweging 3.1 van het arrest van 8 augustus 2008 (‎6.2-‎6.3) lijkt de rechtsregel te volgen dat als een uitspraak niet ten name van iemand is gesteld, het door die persoon ingestelde rechtsmiddel tegen die uitspraak niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dat kan worden gezien als een argument tegen de bevestigende beantwoording van de vraag of de belastingplichtige een rechtsmiddel kan instellen tegen een uitspraak waarbij ‘zijn’ belastingadviseur niet-ontvankelijk is verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging. Ik meen echter dat de in dit arrest besloten liggende rechtsregel niet kan zijn bedoeld voor het geval waarin iemand meent dat de bestreden uitspraak ten onrechte niet te zijnen of haren name is gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 64513 tot 65283.