Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Onder 7.3 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.
Ik meen dat van een partij die tijdens de mondelinge behandeling van zijn zaak een stuk in het digitale dossier plaatst, mag worden verlangd dat hij dit ter zitting meldt. Doet die partij dat niet, dan wordt aan de wederpartij de mogelijkheid onthouden op dit stuk te reageren en kan de rechter dit stuk niet betrekken in het onderzoek ter zitting. Ik ben van mening dat de rechter die na sluiting van het onderzoek het stuk in het dossier aantreft, het onderzoek in beginsel niet hoeft te heropenen. De beslissing om het onderzoek in zo’n geval niet te heropenen behoeft naar mijn opvatting in het algemeen geen motivering, tenzij de desbetreffende partij weet uit te leggen waarom het hem niet verweten kan worden dat hij ter zitting heeft verzwegen dat het stuk in het dossier was geplaatst. Hetzelfde geldt naar mijn mening als het stuk zo kort voor de zitting in het digitale dossier wordt geplaatst dat de rechter en de wederpartij daarvan redelijkerwijs geen kennis konden nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 66827 tot 67828.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b | shasum -a 256