Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.
Deze bekrachtiging kan volgens art. 3:69(3) BW niet meer plaatsvinden, indien de wederpartij te kennen heeft gegeven de (rechts)handeling wegens het ontbreken van een volmacht als ongeldig beschouwt. Wanneer de vertegenwoordiging plaatsvindt in een procedure bij de bestuursrechter, is die bestuursrechter in dit verband aan te merken als de in art. 3:69(2) BW bedoelde wederpartij. De procesvertegenwoordiging vindt immers plaats in het verkeer met die rechter. Daarom kan bekrachtiging niet meer plaatsvinden nadat de rechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van een machtiging, maar nog wel als voor het eerst in hoger beroep de rechter tot het oordeel komt dat de belanghebbende in bezwaar en beroep niet rechtsgeldig vertegenwoordigd was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 31493 tot 32410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b | shasum -a 256