Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:578.

Hiervoor stond ik stil bij de herstelbare verzuimen in de zin van art. 6:6 Awb. Het niet bij het bezwaar- of beroepschrift overleggen van een schriftelijke machtiging is zo’n verzuim (‎4.7 en ‎4.10). Dit verzuim kan worden hersteld door het alsnog overleggen van die schriftelijke machtiging (‎4.10). Voor het bestaan van de vertegenwoordigingsbevoegdheid is de schriftelijke volmacht echter geen vereiste (‎4.16). De schriftelijke volmacht is niet meer dan het bewijs van het bestaan van de volmacht. Wanneer niet bij het bezwaar- of beroepschrift, maar later alsnog een schriftelijke machtiging wordt overlegd, kan het gaan (a) om een stuk dat al voor het indienen van het bezwaar- of beroepschrift is opgemaakt, (b) een later opgemaakt stuk waarin wordt bevestigd dat al eerder (mondeling) een machtiging is verleend of (c) een bekrachtiging van de aanvankelijk onbevoegde vertegenwoordiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0cb17df72999fabfda078e49aeb334b831c2ec142f06b38d56a462ef811ecf2b, en de alinea staat in dat document op bytes 32589 tot 33507.