Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2025

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:630.

19. Het concept van de ‘ waiver ’ speelt bij verschillende in het EVRM gewaarborgde grondrechten een rol. Daarbij zijn, in het algemeen gesproken, twee vragen aan de orde: kan van het betreffende verdragsrecht afstand worden gedaan, en zo ja, welke eisen moeten dan aan een rechtsgeldige ‘ waiver ’ worden gesteld. Het antwoord op de eerste vraag luidt, waar het om het ondervragingsrecht gaat, bevestigend. Art. 6 EVRM vindt zijn grond mede in de bescherming van de individuele vrijheid; de verdachte is vrij om zijn eigen proceshouding te bepalen, zijn eigen verdedigingsstrategie te volgen, en daarbij al dan niet gebruik te maken van zijn verdedigingsrechten. Het antwoord op de tweede vraag ligt minder eenvoudig. In de context van het aanwezigheidsrecht en van procesafspraken zijn de eisen aan een ‘ waiver ’ voor zover ik zie meer uitgekristalliseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d613a485c5f770895171127c0ec796f93e1500d1ebfd8597c4466a859f35d2c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d613a485c5f770895171127c0ec796f93e1500d1ebfd8597c4466a859f35d2c1, en de alinea staat in dat document op bytes 66991 tot 68038.