Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025
Onder 3.35 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:647.
Uit het voorgaande volgt dat het hof in rov. 4.3 met juistheid heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat [eiser] de materiële verschuldigdheid van de belastingschuld van [de vennootschappen] ter discussie heeft kunnen stellen in de door de curator aangespannen aansprakelijkheidsprocedure, niet meebrengt dat geen ruimte bestaat om de vorderingen van [eiser] en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen in deze procedure inhoudelijk te toetsen en dat de grief tegen het andersinhoudende oordeel van de rechtbank in rov. 5.5 dan ook slaagt. Het oordeel van het hof houdt een terechte verwerping in van het standpunt van de Ontvanger dat het beginsel van formele rechtskracht jegens [eiser] moet worden toegepast, omdat hij in de door de curator aangespannen aansprakelijkheidsprocedure de mogelijkheid heeft gehad en benut om de belastingschuld aan te vechten. Dit betekent dat het middel in het incidenteel beroep faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56e6992553b731ef46f2682dedf14e03aef21b0e99b6a1d5cf8ebe2c69267076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56e6992553b731ef46f2682dedf14e03aef21b0e99b6a1d5cf8ebe2c69267076, en de alinea staat in dat document op bytes 91131 tot 92068.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56e6992553b731ef46f2682dedf14e03aef21b0e99b6a1d5cf8ebe2c69267076 | shasum -a 256