Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025

Onder 3.1 Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 juni 2025, ECLI:NL:PHR:2025:647.

De middelen in beide beroepen hangen nauw met elkaar samen, zoals hiervoor in 1 al opgemerkt. In het incidenteel beroep betoogt de Ontvanger dat [eiser] in deze procedure, gelet op de formele rechtskracht van de belastingaanslagen, geen recht heeft op een toetsing van de belastingschulden van [de vennootschappen] , omdat [eiser] de materiële verschuldigdheid daarvan reeds ter discussie heeft kunnen stellen in de door de curator aangespannen aansprakelijkheidsprocedure. Dat is dus ook hoe de rechtbank in deze zaak heeft beslist. In het principaal beroep neemt [eiser] als gezegd het standpunt in dat de materiële verschuldigdheid van de belastingschulden van [de vennootschappen] in deze procedure juist vol moet worden getoetst. Het hof heeft een soort tussenstandpunt ingenomen, dat de Ontvanger overigens óók inneemt, naast het door hem in het incidenteel beroep verdedigde standpunt, dat in dit geding uitsluitend moet worden beoordeeld of de belastingaanslagen onmiskenbaar materieel niet verschuldigd zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56e6992553b731ef46f2682dedf14e03aef21b0e99b6a1d5cf8ebe2c69267076. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56e6992553b731ef46f2682dedf14e03aef21b0e99b6a1d5cf8ebe2c69267076, en de alinea staat in dat document op bytes 22248 tot 23282.