Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Onder 8.18 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.

Of een (toereikende) volmacht is verleend door de belanghebbende aan de gemachtigde voor het aanwenden van een bepaald rechtsmiddel, bevindt zich als uitgangspunt buiten de waarneming van de rechter. Een (schriftelijke) machtiging dient als middel tot bewijs van volmacht en daarmee van de bevoegdheid om het rechtsmiddel aan te wenden. Deze bewijsfunctie van een machtiging komt goed tot uitdrukking in arresten van de Hoge Raad waarin een beroep in cassatie niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien niet een toereikende machtiging is overgelegd. Bij gebrek aan bewijs van volmacht wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de Hoge Raad ervan uitgaat dat het beroep onbevoegdelijk is ingesteld (zie 5.6 en 5.10). Overigens komt de bewijsfunctie van een volmacht ook naar voren in het in 5.8 behandelde arrest HR BNB 2014/44, maar dan via de band van het in art. 6:5(1)(a) Awb gestelde vereiste van ondertekening van het beroepschrift.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 215301 tot 216269.