Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Onder 8.19 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.
De vaststelling dat een machtiging dient als middel tot bewijs van volmacht, is geenszins wereldschokkend maar is in het kader van deze analyse niet onbelangrijk. Die vaststelling impliceert dat, hoewel doorgaans het controleren van een machtiging op administratief niveau gebeurt en mogelijk zal worden ervaren als ‘slechts’ het afvinken van een formeel vereiste, het in wezen een kwestie van waardering en weging van bewijs (hierna: samen bewijswaardering) betreft, te weten of met de overgelegde machtiging het bewijs van volmacht is geleverd. Indien een machtiging afdoende wordt geacht, houdt dit in wezen in dat de machtiging betrouwbaar wordt geacht en er voldoende bewijskracht aan wordt toegekend dat de gemachtigde vertegenwoordigingsbevoegd is voor de desbetreffende proceshandeling. Indien daarentegen een machtiging, om wat voor reden dan ook, niet afdoende wordt geacht, houdt dit in wezen in dat de bewijswaardering negatief uitvalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 216333 tot 217362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d | shasum -a 256