Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Onder 8.33 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.

Het staat, gelet op art. 8:24 Awb, buiten kijf dat de rechter bevoegd is van een gemachtigde een schriftelijke machtiging te verlangen. De vraag kan rijzen of zonder art. 8:24 Awb die bevoegdheid niet zou bestaan, nu immers op de rechter de taak rust om ambtshalve te beoordelen of beroep is ingesteld door een beroepsgerechtigde (8.5). De meerwaarde van art. 8:24 Awb zit er denk ik in dat (i) met dat artikel buiten twijfel is dat de rechter de bevoegdheid heeft om na te gaan of de gemachtigde daadwerkelijk een toereikende volmacht heeft, en (ii) de rechter bevoegd is om een specifieke vorm van bewijs te verlangen namelijk een schriftelijke machtiging (met andere woorden: de rechter kan bewijslevering op andere wijze weigeren) .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 226762 tot 227638.