Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Onder 8.56 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.

Dat een feitenrechter indirecte omstandigheden in aanmerking mag nemen, betekent naar mijn mening ook dat de feitenrechter mag meewegen de meer algemene omstandigheid dat een gemachtigde in veel andere zaken niet een nieuwe machtiging heeft overgelegd of het (hoger) beroep heeft ingetrokken, nadat van hem een nieuwe machtiging is verlangd. Dergelijk gedrag is weliswaar geen bewijs voor afwezigheid van volmacht in de desbetreffende andere zaken, maar het roept – zeker bij grotere aantallen – wel twijfel op of in die andere zaken wel steeds met volmacht is gehandeld. Ik zie evenmin een probleem erin dat een feitenrechter ook in aanmerking neemt wat in zaken van de gemachtigde bij andere feitenrechters is gebeurd. Ook bij dit een en ander geldt dat transparantie van de feitenrechter richting de gemachtigde gewenst is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 248803 tot 249646.