Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Onder 8.57 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.
Twijfel over de vertegenwoordigingsbevoegdheid kan er zijn op het punt of de volmacht zoals die uit de tekst van de schriftelijke machtiging blijkt, zich ook uitstrekt tot aanwending van het desbetreffende rechtsmiddel (8.23). Aanleiding voor die twijfel kan bijvoorbeeld zijn de omstandigheid dat de tekst voor meerderlei uitleg vatbaar is. Dat lijkt mij zonder meer een omstandigheid die in aanmerking mag worden genomen. Meer concreet wijs ik bij wijze van voorbeeld op de in 6.14 genoemde uitspraak waarin de gemachtigde het standpunt inneemt dat sprake is van een (algemeen) doorlopende machtiging, terwijl die machtiging – in combinatie met de datum van ondertekening – toch ook zo kan worden opgevat dat sprake is van een (specifiek) doorlopende machtiging met betrekking tot een eerder (belasting)jaar. Ik meen verder dat in voorkomende gevallen ook twijfel kan rijzen door hetgeen in (hoger) beroep wordt aangevoerd. Dat houdt ermee verband dat een volmacht aan een gemachtigde om rechtsmiddelen in te stellen doorgaans onderdeel is van een meeromvattende overeenkomst van opdracht (3.5), en de rechter doorgaans van die overeenkomst doorgaans geen kennis heeft. Bijvoorbeeld, als een overeenkomst is afgesloten op ncnp-basis en belanghebbende in een eerder stadium van de procedure niet in een betere positie is gebracht, dan is het nog maar de vraag of het binnen die overeenkomst en daarmee binnen het bereik van de verleende volmacht valt, indien hoger beroep wordt ingesteld met louter formele gronden die de belanghebbende niet in een betere positie kunnen brengen. Het gebrek aan kennis bij de rechter over de overeenkomst van opdracht kan ook op een ander punt spelen. Een (specifiek) doorlopende machtiging kan zijn ondertekend door de belanghebbende, op verzoek van de gemachtigde om de machtiging als bewijsstuk te kunnen inbrengen bij de rechter, maar het kan van de inhoud van de overeenkomst van opdracht afhangen of bijvoorbeeld instemming van de belanghebbende nodig is om namens hem hoger beroep in te stellen. In het verlengde hiervan ook: de omstandigheid dat de belanghebbende niet op de hoogte is van het instellen van een bepaald rechtsmiddel hoeft op zichzelf niet te betekenen dat de gemachtigde niet (langer) vertegenwoordigingsbevoegd is, maar – mede gelet op de informatieverplichtingen die de gemachtigde heeft over de voortgang – zij kan wel aanleiding zijn om te verifiëren of binnen de overeenkomst van opdracht wordt gehandeld in het kader waarvan de volmacht is verleend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 249710 tot 252309.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d | shasum -a 256