Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Onder 8.64 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.
Aangenomen dat het gewenst is dat de Hoge Raad wel enig toezicht kan houden, zie ik twee oplossingsrichtingen. De eerste ligt in lijn van het in 5.12 geciteerde arrest HR BNB 2013/244. In dat arrest komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de rechtbank ten onrechte de beroepen niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van bewijs van vertegenwoordingsbevoegdheid van de gemachtigden. De Hoge Raad legt aan dat oordeel ten grondslag (‘mitsdien’) dat “de Rechtbank (…) in redelijkheid geen aanleiding [kon] vinden om eraan te twijfelen of die bevoegdheid ten tijde van het instellen van de beroepen nog bestond, en op die grond van hen een nieuwe schriftelijke machtiging te verlangen”. Gelet hierop zou een oplossingsrichting kunnen zijn om als uitgangspunt te aanvaarden dat slechts indien de feitenrechter in redelijkheid een nieuwe machtiging kon verlangen, de omstandigheid in aanmerking mag worden genomen dat de gemachtigde niet een nieuwe machtiging heeft overgelegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 259548 tot 260555.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d | shasum -a 256