Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Onder 8.68 Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 mei 2025, ECLI:NL:PHR:2025:652.
Indien de Hoge Raad zelf een beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat – kort gezegd – bewijs van volmacht ontbreekt, duidt de Hoge Raad in de aanhef van zijn arrest de gemachtigde aan als degene die het beroep in cassatie heeft ingesteld (zie 5.10). Dat de belanghebbende niet als procespartij wordt aangemerkt, lijkt mij voor de hand te liggen, omdat juist niet kan worden vastgesteld óf de gemachtigde wel vertegenwoordigingsbevoegd is. Wel vraag ik me af of het zuiver is om de gemachtigde als partij aan te duiden, nu deze immers niet pretendeert beroep in te stellen voor zichzelf. In dat opzicht is wellicht het meest zuiver om het feitelijk te houden, namelijk dat als degene die het rechtsmiddel heeft aangemerkt wordt aangeduid de gemachtigde op naam van de belanghebbende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d, en de alinea staat in dat document op bytes 261756 tot 262642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c80fdea244667e7a82ff4def4c880312ba74a99e1414daedf51672e03b22cb5d | shasum -a 256