Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Onder 7.2 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.

Werknemers hebben op grond van art. 7:625 lid 1 BW dus aanspraak op een verhoging over in geld vastgesteld loon, als dat niet uiterlijk de derde werkdag na de dag waarop dat had moeten plaatsvinden, is voldaan, en als deze te late betaling is toe te rekenen aan de werkgever. Art. 7:623 BW bepaalt voor het naar tijdruimte vastgestelde loon (dat wil zeggen loon dat verschuldigd is na het verstrijken van een bepaalde tijdsperiode en niet op basis van een bepaalde prestatie van de werknemer) dat dit betaald moet worden na afloop van het tijdvak waarover het moet worden berekend, met dien verstande dat het tijdvak voor voldoening niet korter is dan één week en niet langer is dan één maand. Art. 7:624 BW geeft een regeling voor niet naar tijdruimte vastgesteld loon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 48838 tot 49660.