Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025
Onder 7.9 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.
Voor het verschuldigd zijn van de wettelijke verhoging is vereist dat het niet-tijdig voldoen aan de werkgever toerekenbaar is, zo blijkt uit de eerste volzin van art. 7:625 lid 1 BW. In de wetsgeschiedenis is vermeld dat voor deze toerekening kan worden aangesloten bij de maatstaf van art. 6:75 BW (toerekenbaarheid van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis). In een eerder ontwerp voor art. 1638q BW (oud), de voorganger van art. 7:625 BW, was in plaats van dit toerekeningsvereiste een schuldvereiste voorgesteld. Duidelijk is dat het uiteindelijk in de wet opgenomen toerekeningsvereiste ruimer is dan het schuldvereiste: toerekening kan ook op andere gronden dan schuld plaatsvinden. Verwijtbaarheid is dus geen vereiste voor het verschuldigd zijn van de wettelijke verhoging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 52308 tot 53246.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e | shasum -a 256