Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Onder 8.8 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.

M.i. kan dit standpunt niet worden gevolgd, omdat de loongarantieregeling op zichzelf niet afdoet aan de loonbetalingsverplichting die op de curator rust. Als gezegd houdt de curator een eigen verantwoordelijkheid en verplichting tot betaling van de (hier aan de orde zijnde) als boedelschuld kwalificerende loonvorderingen. Deze moeten in beginsel direct worden voldaan, tenzij vaststaat dat de boedel ontoereikend zal zijn (zie onder 5.10). Als onzeker is of de boedel ten tijde van de slotuitdeling voldoende middelen zal hebben om een boedelvordering geheel te voldoen, is dat grond om de betaling van die vordering geheel of gedeeltelijk uit te stellen, maar ook dan vervalt de verplichting op zichzelf niet (zie onder 5.10 en 5.11). Dat het in de praktijk anders werkt omdat de curator betaling door het UWV afwacht, moge zo zijn, maar juridisch gezien is het niet zo dat de curator door de loongarantieregeling ontslagen is uit zijn loonbetalingsverplichting. Evenmin is juist dat de curator geen loon meer zou kunnen betalen; in de praktijk gebeurt dat soms ook (zie onder 6.10 en 6.11). Het voorgaande betekent dat niet kan worden gezegd dat de ratio van de wettelijke verhoging – een prikkel tot nakoming – elke relevantie heeft verloren. M.i. volgt hieruit dat er aan het systeem van de wet geen argument kan worden ontleend voor de gedachte dat de wettelijke verhoging niet geldt bij faillissement.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 63344 tot 64806.