Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Onder 8.16 Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 juli 2025, ECLI:NL:PHR:2025:752.

Daarmee is voor matiging niet zozeer relevant de omstandigheid dat sprake is van een faillissement, maar of de boedel al dan niet voldoende actief heeft om alle boedelschuldeisers te voldoen. Dit sluit echter niet uit dat er zich gevallen kunnen voordoen waarin het intreden van een faillissement ook op andere gronden tot (tijdelijke) betalingsonmacht leidt, bijvoorbeeld wanneer het een tijd duurt voordat het voor de curator inzichtelijk is in hoeverre hij een werknemer kan betalen uit de boedel, terwijl de beschikkingsonbevoegde werkgever deze betaling hoe dan ook niet kan doen (art. 23 Fw). Ook in deze gevallen kan er reden bestaan voor matiging. Overigens moet het tussenvonnis van 11 december 2024 m.i. zo worden gelezen dat de rechtbank met haar vraag over de relevantie van een faillissement voor het matigingsoordeel (vraag 4) eigenlijk heeft bedoeld te vragen naar de relevantie van betalingsonmacht. Zo bezien komt de vraag van de rechtbank erop neer of betalingsonmacht een rol kan spelen bij het matigingsoordeel. Het antwoord daarop is als gezegd ‘ja’.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed83d8bbd6b55305c87bf6f4055fc5301a292ef36286a8f15970ea8f33e2be3e, en de alinea staat in dat document op bytes 69761 tot 70913.